Biodiversiteit herstellen bij onderwijsboerderij de Tolakker

De Universiteit Utrecht wil de biodiversiteit op het Utrecht Science Park (USP) herstellen en versterken. Vóór de jaren zestig van de twintigste eeuw waren er dassen, ringslangen en kieviten in overvloed in dit gebied. Maar toen wegen en gebouwen oprukten, trokken deze populaties zich terug. Nu nodigt een toegewijd team van medewerkers en studenten de inheemse planten en dieren uit om terug te komen. Met kruidenrijke weilanden, natuurvriendelijke oevers, bloemrijke randen, struweelhagen en heggen. Onderwijsboerderij de Tolakker speelt een cruciale rol. De boerderij beheert namelijk 40 procent van het totale oppervlak van het Utrecht Science Park (USP).

Het USP is met 350 hectare ongeveer even groot als de Utrechtse binnenstad en de wijk Lombok samen. Dat de biodiversiteit in de afgelopen halve eeuw sterk is teruggelopen, is een trend in veel natuurgebieden in Nederland. Wereldwijd worden zelfs meer dan 35.000 soorten planten en dieren met uitsterven bedreigd. Terwijl biodiversiteit cruciaal is voor klimaatbeheersing, bescherming tegen overstromingen en voedselzekerheid. Om het tij te keren wil de universiteit de eigen biodiversiteitsvoetafdruk verkleinen, de biodiversiteit van het gebied in eigen beheer vergroten en draagvlak voor biodiversiteit vergroten door de opgedane kennis te integreren in onderwijs en onderzoek en te delen met de samenleving.

Monitoren biodiversiteit en gidssoorten

Petros Constantinides en Jorn Vernooij kijken naar een plattegrond van onderwijsboerderij De Tolakker en de omliggende gebieden van het Utrecht Science Park. Constantinides, promovendus bij de faculteit Geowetenschappen, luistert aandachtig naar Vernooij; boer en opzichter van onderwijsboerderij de Tolakker. Vernooij vertelt over de verschillende grondsoorten, welke gewassen op welke velden zijn ingezaaid, biologisch boeren en lopende innovaties. Constantinides: “Binnen mijn promotieonderzoek ga ik een systeem ontwikkelen waarmee biodiversiteitsmaatregelen gemonitord kunnen worden. Daarbij kijk ik naar veldonderzoek, het gebruik van technisch gereedschap zoals camera’s en de rol van burgerwetenschap. Dat systeem wil ik de komende jaren gaan toepassen bij de Tolakker. En vervolgens ook binnen de Utrechtse Heuvelrug. Ik ga vooral soortgroepen monitoren: insecten, planten en vogels. Met een nadruk op de 20 gidssoorten. Als deze plant- en diersoorten zich weer permanent in het gebied gevestigd hebben weten we dat het leefgebied ook voor een grote groep andere, minder kritische soorten, geschikt is en de biodiversiteit is toegenomen.”

Ecologische verbindingszones

Om de biodiversiteit te herstellen en versterken moeten we niet alleen het groen op de campus verbeteren; maar ook stevig verbinden met de drie natuurgebieden die aan het USP grenzen (Sandwijk in het noorden, Oostbroek in het Oosten, Amelisweerd in het zuiden). Hier leeft nog een deel van de soorten die we graag op het USP zouden willen terug zien. Er worden twee ecologische verbindingszones aangelegd: eentje van oost naar west (20 meter breed en 2,2 km lang) en eentje van noord naar zuid (30 meter breed en 1,6 km lang). Deze zones die worden aangelegd langs de randen van weilanden, vergroten het oppervlak aan geschikte habitat en maken migratie tussen gebieden beter mogelijk. Constantinides gaat de soorten binnen en buiten deze zones monitoren en houdt bij welke soorten een voorkeur hebben voor bepaalde gebieden.

Saladebuffet voor de koeien

Negen van de twintig gidssoorten bevindt zich al op het Science Park, zo bleek afgelopen jaar tijdens een zogeheten Bioblitz. Bijna 200 mensen gingen gedurende een maand op pad om zoveel mogelijk planten, dieren en schimmels in kaart te brengen. Mooi nieuws dus!

Vernooij bevestigt de aanwezigheid van bepaalde gidssoorten: “Ik kom regelmatig sporen van reeën en dassen tegen, twee van de soorten die we in dit gebied meer willen aantrekken. En vorig jaar zat er een kerkuil onder het dak van de schuur te broeden. Ik ben heel benieuwd wat voor invloed de ecologische verbindingszones zullen hebben op dit gebied. Wat dat betreft juich ik de komst van deze soorten enorm toe. Ik denk dat we binnen de Tolakker al veel dingen goed doen, zoals de manier waarop we experimenteren met het verbouwen van biologische kruidenmengsels en het verbouwen van eiwitrijk krachtvoer van eigen land. Zo bieden we onze koeien een ‘saladebuffet’ aan: naast verschillende grassoorten een mix van cichorei, peterselie, karwij, bastaardklaver en kleine pimpernel. Toch denk ik dat we nog beter kunnen samenwerken met de natuur dan we nu doen.”

Nieuwe manier van kijken

In het kantoor waar de twee elkaar spreken hangt een afbeelding van de cover van deze Vetscience: een artistieke, bijna utopische weergave van hoe het Utrecht Science Park er in 2035 uit kan zien. Deze afbeelding hangt op veel verschillende werkplekken op het USP waar gewerkt wordt aan biodiversiteit, van college van bestuur, beleidsafdeling en onderzoekers tot en met groenbeheer en de boerderij. Zal dit ooit realiteit worden? Vernooij: “We zien de positieve effecten op de bodem, na bijna 25 jaar biologisch te zijn met het melkveegedeelte. Daarom zorgen we zo goed voor de velden. Als het niet goed gaat met de bodem, dan heeft dat direct invloed op de kwaliteit van het voer voor de dieren. Het begint dus bij de bodem.” Constantinides: “Ik vind het mooi dat Jorn er op die manier tegenaan kijkt. Het is mijn droom om ooit een biodynamische boerderij te starten waarin mens, dier en natuur met elkaar in balans zijn. Ik denk dat we dat een beetje zijn kwijtgeraakt. Alles is groot en commercieel geworden waardoor we het dier en de natuur een beetje uit het oog zijn verloren. Het begint bij een nieuwe manier van kijken, dat veroorzaakt een gedragsverandering waardoor je samen een betere wereld in gang kunt zetten. Alleen dan kom je op de situatie op de afbeelding uit. Als je goed voor de natuur zorgt, dan zorgt de natuur voor jou.”

Bron: Universiteit Utrecht, Vetscience NR. 19